Geschiedenis

tentoonstelling_NAK_en_ZAPOnderwijzers en aardappelen
Bintje en de Z.A.P. hebben één ding gemeen: een onderwijzer met landbouwakte. Zoals de Friese onderwijzer L. de Vries in 1905 zijn nieuwe aardappelras noemde naar zijn beste leerlinge Bintje Jansma, zo stond onderwijzer N. Raap uit het Noord Hollandse Anna Paulowna in 1912 aan de wieg van de Z.A.P. Tijdens een bijeenkomst van de Hollandse Maatschappij voor Landbouw hield hij zijn gehoor voor dat zij zelf hun zaaizaad moesten gaan telen. Tot die tijd haalden de telers dat uit Zeeland omdat daar het beste zaaizaad vandaan kwam.

Het zakmes
Maar het verhaal gaat dat een teler uit Anna Paulowna in een zak zaaizaad uit Zeeland een voorwerp vond dat hij tijdens de verkoop van zijn tarwe op de Alkmaarse graanmarkt was verloren. Zijn zakmes! De tarwe uit de polder in het noorden van Noord Holland was naar Zeeland vervoerd en later als Zeeuwse zaaitarwe terug gekomen!

Waar of niet waar, maar na de lezing van meester Raap besloten enkele vooruitstrevende landbouwers de eeltige handen ineen te slaan en een organisatie op te richten die hun belangen in het telen van zaaizaad zou behartigen. De heren Blaauboer en Waiboer – what’s in a name – bemanden de commissie van voorbereiding, meester Raap stuurde aan.

eerste notulen zap G.C._van_Balen_Blanken_I N._Raap

Oprichting
Over de oprichtingsdatum was nogal wat verwarring. De eerste notulen dateren van 29 september 1914 en uit die tijd stamt ook het eerste regelement. Maar in 1913 was de vereniging al actief. Door drukte en ziekte was secretaris Raap er echter eerder niet toegekomen te notuleren, zo betoogde hij bij het 25-jarig jubileum in 1938. Hij stelde voor de oprichtingsdatum dan maar te koppelen aan een belangrijke dag in de geschiedenis van Noord Holland: Alkmaars ontzet, ofwel Alcmaria Victoria. Op 8 oktober 1573 moesten de Spanjaarden hun beleg van de stad opgeven omdat de Hollanders de dijken rond Alkmaar doorstaken en de Spanjaarden in de modder bleven steken. Niet alleen bij Alkmaar begon de victorie, maar ook in Anna Paulowna toen daar, met terugwerkende kracht, de vereniging op 8 oktober 1913 uit de klei werd getrokken. Zij kreeg de naam:

Zaaizaad en Pootgoedtelersvereniging Anna Paulowna. Kortweg Z.A.P.
Als dank voor de voorzet kreeg de heer N. Raap de functie van secretaris in het eerste bestuur van de vereniging. J.C. Blaauboer werd voorzitter en C.Rezelman penningmeester. In 1918 werd de jongste teler G.C. van Balen Blanken de eerste directeur. Maar meester Raap wordt in alle gedenkboeken steeds ‘de vader der Z.A.P.’ genoemd.

Vele generaties teelden hun zaaizaad en pootgoed voor de Z.A.P. In de oude notulen en ledenlijsten kom je door de jaren heen veel dezelfde namen tegen. Mensen die veelal op dezelfde boerderij als hun vader en/of grootvader pootgoed en zaaizaad voor de telersvereniging telen. Nu, honderd jaar later, is de doelstelling van de Z.A.P. nog steeds hetzelfde: het telen en verkopen van zaaizaden en pootaardappelen van uitmuntende kwaliteit.

Helling_IIVan Ewijcksluis
Vanaf het begin is de zaai en pootgoedhandel gevestigd in van Ewijcksluis, een klein dorp aan de rand van de Waddenzee en het Amstelmeer. Het dankt zijn naam aan Daniel Jacob van Ewijck, gouverneur van koning Willem II.Van Ewijck moest toezicht houden op de inpoldering van de Anna Paulownapolder. De polder kreeg de naam van de toenmalige gemalin van de koning. Het dorp had en heeft een haven en onderhield tot 1924 een veerdienst met het toenmalige eiland Wieringen. Toen werd de ‘kleine afsluitdijk’ aangelgd en had Wieringen een vaste verbinding. Tot 1937 was er ook een tramverbinding met Schagen. Het stationsgebouw werd later omgebouwd tot pakhuis van de ZAP.

luchtfotoPolder
De Anna Paulownapolder werd in 1847 droog gelegd en op 1 januari 1870 werd Anna Paulowna een zelfstandige gemeente. Sinds 1990 horen daar, na de gemeentelijke herindeling, ook de Waardpolder en de Wieringerwaard bij. Deze laatste polder viert dit jaar ( 2010) haar 400 jarig bestaan. Dat de polders heel lang geleden zijn gewonnen op de zee is, ook na 400 jaar, nog te zien als wij de grond bewerken: nog steeds komen soms handen vol schelpen naar boven!

Tot een jaar of twintig, dertig geleden kon je het wel schudden als je lid van de ZAP wilde worden maar niet in de Oost- of Anna Paulownapolder woonde. ‘Buitendijkers’ uit de Wieringermeer kregen geen voet aan de kleigrond! Of je moest toevallig een zus hebben die getrouwd was met een Oostpolder bewoner, dan had je een streepje voor…..
Die tijden zijn voorbij en tegenwoordig komt het pootgoed net zo goed uit de Oostpolder als uit de Wieringermeer. Groei luchtfoto.jpg De coöperatieve vereniging ZAP is in een eeuw uitgebreid van 11 naar 40 leden. Het kleine pakhuis en het kantoor ten huize van de secretaris, zijn vervangen door twee grote loodsen en een ruim kantoor. De gemeente Anna Paulowna ziet graag, de voor haar meer lucratieve, woningbouw op de plek van de ZAP-loodsen. Zelf zouden wij ook liever naar een plek verhuizen waar kantoor en loodsen niet meer gescheiden zijn en waar mogelijkheid is tot uitbreiding en moderni-sering. Door bezwaren van enkele inwoners van van Ewijcklsuis tegen de bouwplannen van de gemeente enerzijds en tegen uitbreiding van de ZAP anderzijds, wachtten wij nu al jaren met het inpakken van de verhuisdozen.

Rapen en Bintjes
Er is veel veranderd in een eeuw. Wat bleef is de naam van de mannen van het eerste uur: meester N. Raap en G.C. van Balen Blanken – zij zijn in Anna Paulowna met respectievelijk een plein en een straat bedacht. Bintje Jansma leeft voort in het aardappelras dat ook door de Z.A.P. nog steeds in dezelfde polders wordt geteeld. De ZAP voert nog steeds het credo van het eerste uur:

“Het telen van pootgoed en zaaizaad van uitmuntende kwaliteit.”